Spelen in de jaren ’40

Jaren 40: speelgoed tijdens en na de oorlog
In het voorjaar van 1940 brak in West-Europa de Tweede Wereldoorlog uit. De Duitse bezetting drukte een stempel op alle facetten van het bestaan; óók op het spelende leven van kinderen en volwassenen.

Veel spellen en kinderboeken tijdens en na de oorlog stonden in het teken van de bezetting of de wederopbouw. Zowel de bezetters als de geallieerden gebruikten speelgoed als propagandamiddel om ideologische denkbeelden te verspreiden of juist te bespotten. Tegelijkertijd bood het een afleiding van de verschrikkingen van de oorlogstijd. Zo maakten onderduikers eigen speelgoed om even aan de waan(zin) van de dag te ontsnappen.

“Met mijn zus maakte ik poppetjes en ander speelgoed van lucifers en een beetje stof”

Hannah (91)

Speelgoed als propaganda of juist als kritiek
Na de Eerste Wereldoorlog probeerden veel landen de dominante positie van Duitsland op de speelgoedmarkt te verzwakken. Tevergeefs. Binnen enkele jaren bracht Duitsland de productie weer op het oude niveau. Met een sterke nadruk op kwaliteit tegen een redelijke prijs lukte het de Duitse speelgoedfabrikanten om de markt te domineren, tot aan de Tweede Wereldoorlog.

De richtingaanwijzer van modeltreinfabrikant Märklin.

Mede hierdoor sijpelde de propaganda van het Derde Rijk door in alle lagen en onderdelen van de samenleving. De richtingaanwijzer van modeltreinfabrikant Märklin demonstreert hoe ver het verspreiden van deze ideologie ging. Deze kaart (met Nederlandse benamingen) toont een Duitsland waarin Oostenrijk volledig geïntegreerd is. Zelfs Polen is opgenomen, in een iets lichtere kleur. Daarnaast valt op dat alle treinsporen naar Berlijn leiden. Het is overduidelijk: in dit ‘onschuldige speelgoed’ positioneert Duitsland zichzelf als het middelpunt van Europa.

“Toen mijn zoon laatst hielp de zolder op te ruimen, vond hij iets dat ik misschien wel 70 of 80 jaar niet meer had gezien: het Dictator spel, met die kop van Mussolini”

Evert (87)

Het Nederlandse Dictator spel.

Er was ook speelgoed dat zich juist afzette tegen de bezetter, zoals het Nederlandse Dictator spel. Op de doos zie je een karikatuur van Mussolini, de Italiaanse dictator en aartsvader van het Italiaanse fascisme. De kleinere figuren zijn een man met een radio, een vrouw met een doofpot en een vrouw met een stofzuiger. Dit satirische spel drijft de spot met het conservatieve gedachtengoed van Mussolini, waarbij vrouwen het huishouden doen en zich niet moeten bemoeien met politiek.

Een draaimolen, gemaakt door onderduikers uit de Zaanstreek of Amsterdam.

Speelgoed gemaakt door onderduikers
Een heel ander voorbeeld van speelgoed in oorlogstijd kun je vinden in de collectie van het Speelgoedmuseum Deventer. Het gaat om een draaimolen, gemaakt door onderduikers uit de Zaanstreek of Amsterdam. Ze hebben dit heel inventief in elkaar gezet met sigarenkistjes en -bandjes, een fietswiel, spiegeltjes, glazen staafjes van kroonluchters, vitrages en gordijnstof. Daarna gaven ze het als bedankje aan H.F. Huizinga, directeur van groothandel Keg’s koffie en thee, die ervoor had gezorgd dat voedsel bij het verzet terechtkwam.

Speelgoedtreintjes van blik.

Schaarste: speelgoedtreintjes van blik
Na de capitulatie van Duitsland was het aanbod van speelgoed schaars, ook omdat de grondstoffen ontbraken. Dat maakte sommige ondernemers creatief, zoals Pieter Duys. Kort na de oorlog startte hij een fabriekje met als grondstof blik dat werd gewonnen uit lege Amerikaanse voedselcontainers. Hier maakte hij speelgoedtreintjes van.

Wederopbouw: invasie Amerikaans speelgoed
Na de oorlog investeerden de Verenigde Staten met het Marshallplan flink in de wederopbouw van verwoeste West-Europese landen. Dat deden ze niet alleen uit medeleven, maar ook omdat ze kans zagen een nieuwe afzetmarkt aan te boren, hun invloed in Europa te vergroten en die van Rusland te beperken. Waar de Nederlandse markt voorheen vooral Engels en Frans speelgoed kende, werd zij nu opeens overspoeld met Amerikaanse producten.

Denazificatie speelgoedproducten
Duitse speelgoedproducenten stonden voor een heel andere uitdaging. Voor en tijdens de oorlog maakten ze speelgoed om de nazi-ideologie te verspreiden, daarna namen ze er snel afstand van en moesten ze hun speelgoedproducten ‘denazificeren’. Zo verving het bedrijf Elastolin de nazi figuren gebaseerd op Göring, Goebbels en Hitler door niet-aanstootgevende Zwitserse personages met helmen in Duitse stijl en zwarte enkellaarzen. De mallen werden hergebruikt maar de soldaten kregen Zwitserse kleuren.

In Azië kende Japan voor de oorlog een bloeiende speelgoedindustrie. Na de oorlog kampte het land met enorme schaarste. Dankzij Amerikaanse financiële steun kon de productie weer worden opgestart en kwamen het Japanse speelgoed en de marktpositie snel terug op het oude niveau.